Italiaanse lunch

Donderdag 19 februari, 12 uur. Lucette en ik hebben afgesproken om samen (ook met mijn medewerkers) iets te gaan eten. Dat is gezien mijn agenda zowat de enige manier om ervoor te zorgen dat ze me een aantal vragen kan stellen en ook ik haar wat beter kan leren kennen. Daarvoor verruilen we de vertrouwde omgeving van het personeelsrestaurant van het Vlaams parlement voor de Italiaan op de hoek.

 

De dagschotel, escalope met penne, kan ons bekoren. Het duurt niet lang of de gespreksonderwerpen meanderen de tafel op en neer. Ik leer een groot aantal dingen over haar als inwoner van Leuven, zonder auto. Op zoek naar werk ook, geen sinecure voor een gepensioneerde en zeker niet evident.

Lucette uit haar ergernis over het openbaar vervoer, maar één bus per uur, wachttijden, lang onderweg zijn. Ook de nadelen van autodelen passeren de revue: te hoge instapkost, te weinig flexibiliteit. Ik ga met haar akkoord dat het openbaar vervoer niet altijd even goed op elkaar afgestemd is en dat dit mede daardoor voor heel wat ergernissen kan zorgen. Maar ik heb toch moeite met haar algemene kritiek. Je kan van het openbaar vervoer nu eenmaal niet verwachten dat het naadloos aansluit bij eenieders wensen van het moment. Hetzelfde geldt voor autodelen. In vergelijking met het aankopen van een auto en alles wat daarbij komt kijken lijkt de instapkost zelfs gering. En inderdaad je moet wat op voorhand plannen als je een auto wil gebruiken – dat lijkt me niet alleen logisch maar ook onvermijdelijk als je ook maar iets wil doen met meer dan één persoon tegelijk.

Het gesprek gaat ook over het OCMW, de reclamecampagne rond kernenergie die net de gemoederen eerder hoog doet oplaaien in de media, en nog veel veel meer, maar strandt uiteindelijk en onvermijdelijk bij de nakende verkiezingen. Wat moet je als parlementair doen om goed campagne te voeren? Slaat de nervositeit toe? Tja, moest ik het sluitende antwoord op de eerste vraag hebben, dan zou het misschien met de nervositeit veel minder gesteld zijn. Het voeren van campagne is naar mijn gevoel toch iets volledig anders dan het parlementaire werk. Hoe verkoop je alles wat je vijf jaar lang hebt trachten te verwenlijken en wat je de volgende vijf jaar nog wil doen? In korte bewoordingen – niet ieder politicus kan of wil een boek schrijven. Flyers, folders, affiches … Ik vraag haar of ze op de affiches let. "Soms wel en soms niet, meestal niet. Er zijn ook zo veel flyers."

We ronden af met koffie. Bij het buitengaan verrast Lucette ons met haar kennis van het Italiaans. Na deze maaltijd is het tijd om naar de commissie onderwijs te verkassen. Van op de bezoekersplaatsen kan ze zien hoe we wachten op het benodigde quorum om de stemming in te kunnen zetten. Ondertussen zijn er ook al een aantal vragen weggevallen op het laatste moment. Is dat normaal vraagt ze aan mijn medewerker? Iets minder chaotisch is gebruikelijk, maar wat is normaal?