Godelieve Spillebeen en Marie-Paule Quix (VL.Pro) komen op geregelde tijdstippen samen. Ze verkennen elkaars leef- en werkwereld en schrijven daarover een verslag. Klik op hun naam en je krijgt hun persoonlijke verslagen te lezen. Op het forum kan je discussiëren over hun bijdrage.
Godelieve Spillebeen (51 jaar) werkt op de boekhoudkundige dienst van C&A in Vilvoorde. Ze zetelt in het overlegcomité tussen werkgevers en werknemers. Hierdoor weet Godelieve wel iets van financiële en sociale zaken. Milieubeleid volgt ze via haar zoon die ingenieur bij Ovam is. Godelieve woont in de schaduw van Brussel en moet er dagelijks langsheen. Mobiliteit in en rond Brussel is voor haar een dagelijkse uitdaging. Daarnaast is familierecht in haar leefwereld een veelbesproken onderwerp.
![]() |
Naam: Godelieve Voornaam: Spillebeen Woonplaats: Hamme-Merchtem Burgerlijke stand: gehuwd Kinderen: 2 |
Marie-Paule had een afspraak geregeld met de Heer Frans De Keyser, adviseur-generaal bij het BECI. BECI (Brussels Enterprises Commerce and Industry) is het vroegere Verbond van Ondernemingen te Brussel. Ons gesprek had plaats in een etablissement aan de Grote Markt in Brussel waar de Heer De Keyser voordien een vergadering had. Hij stond open om al mijn vragen te beantwoorden en indien het me te moeilijk leek, gaf hij nog een extra woordje uitleg zodat ik alles zou begrijpen. Hij had ook een hoop lectuur mee die ik al even doornam en waarmee ik de komende dagen zoet zal zijn.
Hij legde mij uit hoe BECI de Brusselse ondernemingen ondersteunt. Het BECI is een interprofessionele organisatie. Net zoals VOKA in Vlaanderen en de Union wallonne des entreprises in Wallonië. Deze organisaties zijn territoriaal georganiseerd. Zij organiseren activiteiten op basis van de plek waar de bedrijven gevestigd zijn. Ze verstrekken informatie over investeringsmogelijkheden, bedrijfsbelastingen, mobiliteit, en netwerken.
In zijn antwoord op mijn vragen over de positie van Brussel schuift hij een aantal zaken naar voor. De grote troef van Brussel op zakelijk vlak is het ‘centraal’ zijn. Het merk Brussel is 450 miljard dollar waard. De helft van de bedrijven in Brussel zijn zetels of functies – de Europese functie is hierbij erg belangrijk. In Brussel moet je niet op zoek gaan naar industriezones zoals in de andere gewesten. Naast het specifieke type van bedrijven vertelt Frans De Keyser over de Brusselse manier van zaken doen. Op vlak van ICT en logistiek is er geen verschil met de andere gewesten, aldus de adviseur-generaal. Hij bemerkt tegenover klanten wel een verschil tussen Franstalige en Nederlandstalige Brusselaars. Nederlandstalige bedrijven streven naar hun deadline terwijl Franstalige rustiger zijn - morgen zal het ook nog wel klaar zijn.
Sinds 1970 is er een coördinatiecomité met de andere werkgeversorganisaties (VBO, VOKA, Union wallonne) dat eenmaal per maand samenkomt. BECI heeft nog andere samenwerkingsverbanden o.a. met de Kamer van Koophandel Brussel.
Op mijn vraag of de bedrijven er belang bij hadden om zich in Brussel te vestigen antwoordde hij: “Brussel is duurder dan de andere gewesten. Er bestaat dus fiscale concurrentie tussen de gewesten en iemand die daarop fixeert kan dat uitbuiten. Een bedrijf vestigt zich in Brussel als die meerprijs het waard is. Maar de meerprijs is meestal kleiner dan het algemeen voordeel (centraal, mobiliteit…) Als je Brussel met bv. Londen vergelijkt is Brussel niet duur. Een zakenman die de prijzen van Londen kent zal er geen probleem van maken zich in Brussel te vestigen en zonder probleem die prijs betalen.”
De BECI heeft niet over alle zaken een standpunt, en Frans De Keyser is zo eerlijk om dat toe te geven. Wat de uitbreiding van de Brusselse Ring betreft zijn er binnen de BECI verschillende meningen. “Als de Ring uitgebreid wordt, zou dit een ontsluiting zijn voor Zaventem, maar ook voor Antwerpen. Meer bedrijven werken nu volgens het just-in-time-principe en daarvoor is het belangrijk dat de goederen op tijd aangeleverd worden. Daarenboven zijn files ook slecht voor het milieu. Men zou ook het kanaal in Brussel meer moeten ontsluiten, maar daar wordt door de Brusselse politici nooit iets over gezegd.” vertelt de BECI-verantwoordelijke.
Ook de toekomst van België kwam tijdens ons gesprek aan bod. Hij steekt van wal met een terechtwijzing. “15 jaar geleden is België een federale staat geworden waardoor de gewesten meer bevoegdheden hebben gekregen. We hebben een federale staat, dit staat zo in de Grondwet. Maar zowel de Nederlandstaligen als de Franstaligen kunnen zich daar niets bij voorstellen. Zij moeten de Grondwet eens goed lezen. Trouwens, een staat moet zich aanpassen aan de tijd. Dit is ook zo met een bedrijf, als je tevreden bent met hoe de zaken nu lopen en je laat alles zoals het is, zie je de cijfers binnen enkele jaren gevoelig dalen. Ook een land moet zich blijven aanpassen aan de tijd en vooruitdenken. Een structuur die niet verandert, gaat dood, dit geldt ook voor de staatsstructuur.” Bij een splitsing van België ziet hij wel een aantal problemen: “Als er een splitsing van België zou komen, dan moet deze staat nog erkend worden door Europa. Dat is toch allemaal zo simpel niet en technisch bijna niet uitvoerbaar.”
Als inwoner van Hamme-Merchtem neem ik soms de auto richting Brussel. Ik ben nieuwsgierig en vraag hem of ik ooit zal moeten betalen om Brussel binnen te rijden. Hij bevestigt mijn vraag: “Dat zou goed kunnen. De kost van de mobiliteit vergroot.”
Hoe meer ik met Marie-Paule afspreek, hoe meer inzicht ik krijg in de Belgische politiek. Maar ik heb haar ook gezegd dat ik me keer op keer meer onwetend begin te voelen. Nochtans geeft ze me telkens geduldig antwoord op mijn vragen. Na de afspraak gaf ze me een lift en vertelde ze honderduit over de gebouwen die we onderweg tegenkomen.
Lieve
Op 19 juni in de voormiddag bezocht ik samen met Marie-Paule Quix Instant A in Schaarbeek. Instant A is een sociaal uitzendkantoor voor jongeren tussen 16 en 30 jaar. Het is een samenwerking tussen LaborX, T-interim en Vedior. De laatste twee staan in voor het commerciële gedeelte. LaborX neemt het sociale gedeelte voor hun rekening en begeleidt de jongeren voor, na en tijdens de werkuren.
Het initiatief is onstaan in Antwerpen onder impuls van diverse straathoekwerkers. Deze straathoekwerkers stelden vast dat jongeren zo snel mogelijk geld willen verdienen maar meestal niet lang op dezelfde plaats bleven werken. Daarom wordt er vaak voor uitzendwerk gekozen. Via een sociaal uitzendkantoor krijgen de jongeren persoonlijke begeleiding in de hoop dat ze uiteindelijk in een permanente job belanden.
In Brussel is 35% van de -25-jarigen werkloos. Dat is het hoogste percentage in Europa. De grootste problemen zijn opleiding, taal en mobiliteit.
Indien de werzoekende weet wat hij wil doen, maar niet de juiste opleiding heeft, zoekt Instant A welke opleiding in aanmerking komt en waar de werkzoekende die kan volgen.
Ze organiseren zelf de opleiding tot chauffeur om de uitzendkrachten naar hun werk te kunnen brengen. Dit initiatief is vooral voor bedrijven die moeilijk te bereiken zijn met het openbaar vervoer of omwille van de moeilijke uren. Als je om 3 uur 's ochtends begint is er geen openbaar vervoer.
Instant A wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. In het verleden waren er problemen met de Brusselse overheid maar die zijn nu van de baan.
Het is een prachtig initiatief waardoor jongeren meer kansen krijgen op tijdelijk werk en hopelijk daarna op vast werk. Door te werken krijgen ze meer ritme in hun leven en voelen ze zich nuttig. Dit kan een groot stuk van de criminaliteit in en rond Brussel verminderen.
Zulke initiatieven moeten gesteund worden door Nederlands- en Franstalige politici want enkel door samen te werken kan men het maximale uit zo’n project halen.
Het is zeker interessant dat politici op bedrijfsbezoek gaat. Zo kunnen ze zien hoe het op de werkvloer eraan toe gaat. Van op hun bureau in Brussel is daar moeilijk over te oordelen.
Donderdag 5 juni sprak ik om 13u30 af in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement met mijn politica, Marie-Paule Quix. Om 14u30 startte er een commissievergadering over het verdrag van Lissabon. In het uurtje voor de start van de commissie vertelde mevrouw Quix over de bevoegdheden van het parlement.
Het parlement heeft gewestbevoegdheid dwz dat ze bezig zijn met zaken die plaatsgebonden zijn. bv. energie, huisvesting, werkgelegenheid,.. De gemeenschappen daarentegen zijn verantwoordelijk voor onderwijs, cultuur, gezondheid,..
De commissie besprak het Europese verdrag van Lissabon. De tekst streeft naar een democratischer Europa, maar is voor mij nog niet perfect. Er is nog héél wat werk op sociaal vlak. Er zijn 78 miljoen arme mensen in Europa waarvan 16 miljoen werkende armen. Een puntje dat eruit springt is dat een lidstaat vrijwillig uit de unie kan treden. De kamer en senaat keurden het verdrag al goed. Men hoopt dat alle parlementen in België het tegen juli 2008 goedkeuren.
In het verdrag staan veel afkortingen zodat het, voor een leek, niet makkelijk is om alles te begrijpen. Ook de commissievergaderingen zouden in eenvoudige taal mogen zijn zodat een gewone burger kan volgen, want alle beslissingen hebben invloed op ons. Het zou de interesse in zo'n vergadering in ieder geval vergroten. Ik vraag me af of de meeste parlementsleden wel willen dat er burgers komen luisteren. Hun interesse voor de te bespreken onderwerpen laat soms te wensen over.
Ik woon in Hamme, Merchtem. Onze gemeente verschilt grondig van Brussel. Ik zie weinig of geen gelijkenissen. Wij kennen onze politici. Mijn eerste indruk is dat men in Brussel afstandelijker met elkaar omgaat. In Merchtem kennen we nog de meeste mensen uit de straat en er wordt in de zomer nog eens een babbeltje geslagen.
Onze volgende afspraak is op donderdag 19 juni om 10u30 in Schaarbeek. We bezoeken een sociaal uitzendkantoor, Instant A. Zij willen laaggeschoolde jongeren op een snelle en efficiënte manier aan werk helpen.
Waarom doet iemand aan politiek en hoe zet je deze stap? Ik vroeg het aan mijn project-partner Marie-Paule Quix. Zij gaf me een persoonlijk antwoord.
Ze is altijd heel erg geinteresseerd geweest in wat er zich in de maatschappij afspeelt. Als jongere en later als studente las ze dagelijks de krant om geinformeerd te blijven en een inzicht in het reilen en zeilen van onze samenleving te krijgen. Eind de jaren tachtig kreeg ze de vraag om haar bij de Brusselse Volksunie te engageren. Ze zag dit meteen zitten. De VU in Brussel is Vlaams én sociaal.
Gaandeweg is haar eerder passief engagement naar een actief engagement geëvolueerd. In Brussel was het als Vlaming twintig jaar geleden niet evident om steeds in je eigen taal te worden bediend/behandeld. Daarnaast werd ze geconfronteerd met grote verschillen. Brussel produceert veel rijkdom, maar veel van die rijkdom wordt geëxporteerd. De helft van de Brusselse arbeidsplaatsen wordt door pendelaars uit Vlaanderen en Wallonië ingenomen, die belastingen betalen waar ze wonen.
De Brusselse bevolking is echter arm.
Dit klinkt misschien cliché maar haar eigen kleine bijdrage leveren aan een rechtvaardigere samenleving, is wat haar in de politiek drijft. Mensen worden niet gelijk geboren, maar ze moeten wel zoveel mogelijk gelijke kansen krijgen.
Daarnaast ergert ze haar aan inefficiëntie, wat tot verspilling leidt. In Brussel is er nogal wat inefficiëntie omwille van de verschillende beleidsniveaus.. Het ergste vindt ze dat velen niet bereid zijn daar veel aan te veranderen omdat ze dan aan hun eigen positie moeten raken.
Concreet denkt ze dan aan de 19 Colleges van Burgemeester en Schepenen, die een eigen beleid willen voeren. Daar bovenop is er het gewest dat op heel wat terreinen een veel efficiënter beleid zou kunnen voeren, wat overigens heel wat geld zou besparen.
Ook het gebrek aan visie van waar men met Brussel naartoe wil en in welke richting men het gewest wil ontwikkelen, ergert haar. Via haar tussenkomsten in het parlement probeert ze de vinger op de wonde te leggen, wetende dat ze in haar eentje niet veel kan veranderen. Maar niets doen, is voor haar nog erger.
Als alle politiekers met deze instelling aan politiek zouden doen moet het zeker beter gaan in onze maatschappij.
Onze volgende afspraak is vrijdag 22 augustus.
Marie-Paule Quix (Vl.Pro) doet aan politiek om de samenleving vorm te geven. Gelijk kansen voor iedereen staat daarbij voorop, zegt het Brussels parlementslid.
![]() |
Naam: Marie-Paule Voornaam: Quix Woonplaats: Laken-Brussel Politieke functies:
Favoriete citaat: Doe wel en zie niet om |
Op 5 juni ll. bezocht Godelieve Spillebeen voor de eerste keer de fractie van sp.a + VlaamsProgressieven in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.
Ik had met opzet die dag voorgesteld omdat ’s namiddags in de Commissie Algemene Zaken het Verdrag van Lissabon werd besproken (daarover zo meteen meer).
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is vrij onbekend bij de publieke opinie. Het heeft een eigen Parlement (met 17 Nederlandstalige en 72 Franstalige parlementsleden) en een Regering (met 2 Nederlandstalige en 2 Franstalige ministers, en een taalneutrale minister-voorzitter, daarnaast zijn er 1 Nederlandstalige en 2 Franstalige staatssecretarissen).
Ik maakte van de gelegenheid gebruik om Godelieve de ingewikkelde Brusselse structuur uit te leggen en de plaats die Brussel in de Belgische context inneemt.
Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement is bevoegd voor de zogenaamde plaatsgebonden materies zoals leefmilieu, werkgelegenheid, economie, huisvesting, ruimtelijke ordening.
De 17 Nederlandstalige parlementsleden vormen de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de Franstalige de Franstalige Gemeenschapscommissie (Commission communautaire francophone, afgekort Cocof). De decreten, gestemd in het Vlaams Parlement zijn van toepassing op de Vlaamse instellingen in Brussel. Het gaat om Nederlandstalige scholen, cultuurhuizen en zorg- en welzijnsinstellingen.
Een derde assemblee waar we als Brusselse parlementsleden lid van zijn, is de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, bevoegd voor de tweetalige instellingen zoals de openbare ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen en OCMW’s. Het gaat om instellingen die niet aan één gemeenschap (de Nederlandstalige of Franstalige) kunnen toegewezen worden.
Ik was er mij van bewust dat ik Godelieve veel informatie op korte tijd bezorgde. Het zal zeker niet bij deze ene uitleg blijven om de Brussels complexiteit te verhelderen.
Nadien gingen we naar de Commissie Algemene Zaken voor de bespreking van het Verdrag van Lissabon. Aangezien er in het Verdrag elementen aan bod komen die tot de bevoegdheid van de gewesten behoren, moet ook het Brussels Hoofdstedelijk Parlement dit Verdrag goedkeuren. Ook de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie moet over dit Verdrag zijn zegen geven.
Het debat in de commissie was erg geanimeerd. Zelf heb ik de bekommernissen van onze fractie uiteengezet. Dit Verdrag is eigenlijk bijna een identieke kopie van de Europese Grondwet die niet door de lidstaten kon bekrachtigd worden omdat o.a. Nederland en Frankrijk de Grondwet in 2005 via referenda afwezen.
Een eerste opmerking betrof een aantal vertaalproblemen in de Nederlandstalige versie van de tekst. Een pijnpunt blijft het feit dat de tekst erg gecompliceerd is en voor de meeste EU-burgers nauwelijks te begrijpen. Dit Verdrag bevat enkel de wijzigingen aan de andere verdragen en het ontbreken van de volledige tekst van het nieuwe Verdrag bemoeilijkt de leesbaarheid ervan.
Fundamenteler is het feit dat er vragen zijn bij het sociale karakter van Europa. 78 miljoen Europeanen (16% van de EU-bevolking) leven in armoede of dreigen in armoede terecht te komen. 14 miljoen werknemers leven bovendien in armoede.
Het sociale Europa komt in het Verdrag veel te weinig uit de verf.
Positief is dan weer dat ruim 50 jaar na het Verdrag van Rome de rol van het Europees Parlement eindelijk wordt versterkt. Eigenlijk zou het de normaalste zaak van de wereld moeten zijn dat voor de vertegenwoordigers van het volk een belangrijke rol is weggelegd. Bovendien is het een goede zaak dat in een aantal domeinen van de eenparigheidsregel wordt afgestapt, want dit is verlammend voor een soepele werking.
Na mijn tussenkomst heb ik Godelieve op de publieksbanken vervoegd en haar bijkomende uitleg verschaft. Na een goed uur heeft Godelieve de commissie verlaten. Ik hoop dat zij een eerste indruk van het commissiewerk heeft gekregen.
Het hele debat kan nagelezen worden op de website van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement (www.bruparl.irisnet.be).