Sofie Willems bezoekt Kris Van Dijck
Het was de eerste keer dat ik een Vlaamse Leeuw zag wapperen in een Kempische voortuin. Maar het boezemde me geen angst in, het gaf me des te meer zin om deze mijnheer de hand te schudden. Want op weg naar Kris, na een klein beetje research, vreesde ik een beetje dat we ‘te goed’ zouden matchen. We zijn immers beiden volbloed Kempenaren en het spreekt voor zich dat stamgenoten zich a priori minder kritisch tegenover elkaar opstellen. Zo gebeurt dat op Zuid-Franse campings, en zo ook binnen deze ontmoeting. We speelden in hetzelfde zand; we fietsen door dezelfde dennenbossen en over en langs dezelfde kanalen. We kunnen vrij snel over dezelfde mensen praten (mijn nonkel Jan, mijn burgemeester, het jeugdhuis in Kasterlee. Hij kent ook de vader van mijn vriend, maar dat weet hij nog niet). Onze taal leent zich tot doorbomen, want het is zo’n leuk dialect om te spreken. Onze geschiedenis leent er zich bovendien toe om de wereld vanop een afstandje te bekijken: we doen niet altijd mee, maar we hebben wel een gedacht. Dat zou dan de uitleg kunnen zijn voor de vlag – bedacht ik toen ik er voorbij stapte.
(Over die vlag ging het gesprek tijdens onze eerste ontmoeting trouwens nog niet, maar dat komt nog wel. Daar heb ik bij deze voor gezorgd. Als cultuurwetenschapster heb ik immers ook wel een gedacht over identiteit, en heb ik al stevig nagedacht over die van mij, en die van ‘mijn volk’.)
Ik heb ook het genoegen gehad kennis te kunnen maken met zijn gezin: zijn vrouw, kinderen, én puppie. Het is ongetwijfeld omdat mijn professioneel beleidsdomein rond de klok mijn passie is, maar er viel mij iets op: Zijn dochter werd zeer vriendelijk maar toch ook zeer vaderlijk gevraagd een handje te geven aan mij. Even een gek moment voor mij, want ik geef nooit handjes aan kinderen, ik ben die formele omgang met hen niet gewend. Ik heb nooit handjes moeten geven. Ik mocht mij naar believen hetzij verstoppen achter de rug van mijn vader of moeder, hetzij prominent aanwezig aandacht vragen. Maar ik was dan ook nooit de dochter van een burgemeester. Ik had de vrijheid om mensen wel eens te treiteren, te ergeren. Dit meisje misschien niet, bedacht ik opeens. Zij moet zich nu al bewust zijn van de consequenties van het beroep van haar papa. En ook dat haakt dan weer in op mijn denken rond ‘identiteit’.
Ter afsluiting: Mijn verslag is een beetje laattijdig maar ik heb goede redenen. Het zijn drukke, vermoeiende tijden voor een Kastelse jeugdconsulent met een mening. Ik ben een wakkere burger, maar dezer dagen een nog wakkerder ambtenaar: het Turnhoutse politiereglement (nee, de voorstellen voor de aanpassingen aan het politiereglement), het opvangtekort (of het tijdstekort van ouders?), de Vlaamse Buitenspeeldag (mét bezoek van de minister aan Kasterlee!),… zijn nog maar een kleine selectie van wat mij hele dagen bezighoudt. En ik kijk ernaar uit om ook daarover van gedachten te wisselen met Kris, onderweg naar het Vlaams Parlement…
- adminkep's blog
- Printer-friendly version
- Login or register to post comments
