Sofie Willems onderzoekt werking van Vlaams Parlement

Het plafond van de plenumzaal van het Vlaamse Parlement is een gigantische glazen koepel. Moest een parlementslid ooit vergeten in welk land hij zit te vergaderen, kan hij simpelweg even naar boven kijken, en hij weet het weer. Het was tien juli… en het regende voor de zoveelste dag op rij.

 

Ik zat vandaag mee onder die koepel, en heb van begin tot einde de laatste zitting van het werkjaar gevolgd. Kris had me meegenomen, samen met twee van zijn dorpsgenoten, Walter en Theo. We kregen een rondleiding in het gebouw, waar het op dat moment nog zeer rustig was. We konden overal rustig binnenkijken. Walter charmeerde me, toen hij zich afvroeg of de gigantische buizen die langs het plafond van de onderste zaal (‘de Schelp’) kronkelden dienden om documenten van het ene bureau naar het andere te sturen. Nee, het bleken verwarmingsbuizen te zijn, die de ontwerper een architectonische waarde had toegedicht. Op een manier een grappige vraag, dus, maar op een andere manier ook illustrerend voor de manier waarop een gewone mens zich voelt in dit gebouw. In ons hoofd lijkt dit zo’n verre wereld voor ons, en als je dat gevoel uitvergroot in dit zeer moderne gebouw, laat je je helemaal imponeren door de setting waar je je opeens in bevindt.

 

Nu ik dankzij dit project ook de kans krijg om mij in dit wereldje te bevinden, begin ik ook veel meer na te denken over die beruchte ‘kloof’ tussen politici en burgers, die dit project met negen kleine bruggetjes wil dichten. Vandaag, wanneer mijn gedachten afdwaalden op de bezoekerstribune, heb ik de stelling ontwikkeld dat die kloof geen ravijn is tussen twee maatschappelijke klassen, wat het in vroegere tijden, zeker wel was. Als politicus kwam je in regel uit een omgeving waar er verder gestudeerd kon worden, en bij voorkeur stamde je af van uit een vader ook in de politiek zat. Dat is nu niet meer: hier zitten Anissa Temsamani, Jurgen Verstrepen, Herman Schueremans, Chokri Mahassine, Patrick Janssens,…

 

Wat volgens mij die kloof wel bepaalt, is het verschil tussen mensen die het begrijpen, en mensen die het niet begrijpen. De politici zijn de mensen die er hun job van maken om zich staande te houden in een wereld met een bizar complexe staatsstructuur, ingewikkelde procedures en een wirwar aan wetten en decreten. Aan de andere kant staat ‘het volk’, dat wel weet dat het allemaal zeer complex is, maar toch vindt dat met zijn persoonlijke mening rekening moet gehouden worden. En als dat niet gebeurt, mort het volk. Misschien omdat vanuit het perspectief van elke Jan met de pet onze politiek zich ertoe verbindt om naar iedereen te luisteren. Er was de Witte Mars (een periode die ik zeer bewust heb meegemaakt als puber) waarna allerlei overheden beloofden dat ze ‘fatsoenlijker’ zouden gaan werken, en er is ons land dat een gek maar uniek fenomeen is waar ontzettend veel verschillende gemeenschappen en middenveldgroeperingen hun zeg mogen hebben. Niemand heeft ooit de belofte gehoord dat zijn wensen prioriteit zouden krijgen… maar iedereen heeft het wel zo begrepen. Het is bijgevolg eigen aan ons land om het gevoel te hebben dat je misbedeeld wordt. (Daarom dat ik denk dat onze problemen misschien minder met de verschillen tussen groepen op zich te maken hebben, maar eerder met onze historisch gegroeide ingesteldheid…)

 

Maar ook al huppelen in de wei in ons politieke landschap nieuwe diertjes, de rituelen, geplogendheden en vooral de taal lijken niet mee veranderd. Heel vreemd: om geloofwaardig over te komen en jezelf de status - waardig om vooraan een parlée te mogen doen - aan te meten, moet je je blijkbaar kunnen uitdrukken met een zeer ontoegankelijk lexicon en een grammatica met onnavolgbare bijzinnen. Het meest frappante is… dat geen kat, en dus ook geen aanwezige parlementariër, leek te luisteren. Ik heb tijdens sommige uiteenzettingen letterlijk elke aanwezige geobserveerd, en bijwijlen was geen niemand aandachtig aan het volgen. Moet ik dit nu erg vinden? Ik had minstens wel bewondering voor de spreker die zich hierin schikte. Toen Minister-President Peeters sprak, zat één derde van de zaal op zijn stoel, maar dan wel te e-mailen, te lezen, te prullen, te lachen,… Kris kent deze bekommernis van een buitenstaander, en legt het uit als volgt: ‘In de wiskundeles zit de leraar Frans ook niet achteraan te kijken.’ Mja, hij heeft een punt. En ongetwijfeld zijn er ook leden die niet aanwezig zijn die in hun kantoor de pleidooien volgen. Maar je maakt me niet wijs dat die dan wel aan het luisteren zijn. En als er dan gestemd wordt, komen uit allerlei hoekjes en holen leden naar hun zetel, en drukken ze het knopje volgens het advies van een collega die wel weet hoe het zit. En dat geeft zo’n wrang gevoel: je zag bij de stemmingen altijd hetzelfde patroon. De kleurtjes van LDD en VB waren bijna elke keer de tegenovergestelde kleur van de andere partijen. Ik durf dat onnozel en doorzichtig noemen: verkozenen naar hun stemknopjes sturen, om aldaar het knopje in te drukken dat de fractievoorzitter zegt dat ze moeten indrukken. Voor hetzelfde resultaat, is een efficiënter systeem uit te denken.

 

Ja, spijtig genoeg werd mij op school de democratie en haar instellingen uitgelegd naar het Griekse voorbeeld, of toch aan de hand van het beeld dat de schilderkunst en literatuur ons hiervan geeft: intelligente mijnheren die betrokken waren bij de debatten, en vervolgens de meerderheidsopinie lieten bepalen door ieders persoonlijke mening. Sofie, de tijden zijn veranderd…

 

Als bezoeker stond het mij gelukkig vrij om niet altijd even veel aandacht te hebben, en zonder schuldgevoel te kunnen peinzen. Zo was ik me op een bepaald moment (waarschijnlijk tijdens de vraag over de derde indexsprong) aan het afvragen wat de X-factor voor een politicus is. Wat bepaalt of een politieker zijn zitje waard is? Er zijn verschillende mogelijkheden: zijn charisma en uitstraling, zijn leeftijd en dus veronderstelde wijsheid, het aantal papieren en mappen dat hij kan dragen, zijn dossierkennis, de plaats dat je per ongeluk op de lijst bent geplaatst zonder te beseffen dat je wel eens in het parlement kan belanden,…? In zeker opzicht is zo’n parlement niet anders dan een klas in de middelbare school: een groep is samengesteld uit rolletjes in bepaalde verhoudingen, en de aandacht kan door verschillende eigenschappen worden bepaald: je hebt foorapen en lolbroeken, je hebt losgeslagen roepers met meningen over alles, je hebt brave nerds, je hebt mooie meisjes,…

 

Er waren enkele onderwerpen op de agenda die mij bevestigden dat wat hier gebeurt wel degelijk betrekking heeft op mijn kleine leefwereld. Het ging er over het doortrekken van de ring in Kasterlee, het ging er over het Steunpunt Vakantieparticipatie, én ik mocht de burgemeester van Kasterlee observeren. Mijn eigen burgemeester toonde even lef, door perse het woord te willen nemen toen hij het niet mocht. Hij is dan ook een newbie, en van de soort ‘als ge het doet, doet ge het tegoei’. Vanuit mijn overtuiging in de democratie volgens het Griekse beginsel, voelde ik me even een supporter op een Amerikaanse worstelwedstrijd. ‘Komaan, Ward!’. Hij is wel verloren, maar na het weekend vertel ik het wedstrijdverslag door in het ganse Kastelse gemeentehuis, en benadruk ik zijn eervolle nederlaag.

 

Ik ben door Kris ook meegenomen in de sacristie van het Vlaams Parlement: de koffiekamer. Hier mag niemand, buiten de parlementsleden, komen. Niemand, buiten de parlementsleden… en ik. Het kickje dat dat gaf viel misschien wel te vergelijken met dat van een muziekfan die plots in de loge van zijn favoriete artiest stond. Al was dit iets minder sex, drugs and rock ’n roll. Hoewel… hier in deze koffiekamer bleek al wel eens een nabespreking uit te lopen in een klein feestje, dat vervolgens op zijn beurt weer uit de hand loopt. Maar even goed worden hier in het schijnsel van de maan netelige kwesties over een straffe koffie en een frangipane beklonken, en houdt iedereen zijn kleren aan.

Kijk, in beide gevallen: gelukkig dat we hen niet per uur betalen…

© 2008 - 2010 De Wakkere Burger / webontwikkeling transVORM /